Wat doen 7 IVF-pogingen met een man?
In deze aflevering van de RouwDouwer Podcast spreek ik met Martin (53) over zijn onvervulde kinderwens. Zeven IVF-pogingen. Drie in Nederland. Vier in Duitsland. De laatste twee met donorzaad. Daarnaast onderging hij een TESE-behandeling (testiculaire sperma extractie), een operatie waarbij zaadcellen direct uit de testikel worden gehaald.
Maar dit gesprek gaat niet alleen over medische termen.
Het gaat over wat het met je doet als het “bij jou ligt”.
Als je hoort dat je zaad te langzaam is. Te zwak.
Als je naast je vrouw staat en niets kunt doen.
We spreken over donorzaad.
Over de vraag of je vader kunt zijn van een kind dat genetisch niet van jou is.
Over liefde die groter moet zijn dan DNA.
En tegelijk de rauwe gedachte: wat als dat kind later zijn biologische vader zoekt?
We spreken ook over adoptie.
Niet als pleister op een wond.
Maar als een andere weg — met eigen vragen over hechting, herkomst en eerlijkheid naar jezelf.
Durf je te voelen of dat echt jouw pad is?
We praten over mannelijke onvruchtbaarheid.
Over de medische mallemolen.
Over hoop die telkens weer wordt opgebouwd — en weer breekt.
Over hoe rouw zich vast kan zetten in je lichaam, bij Martin uiteindelijk zelfs in de vorm van PTSS.
Dit gesprek gaat niet over slachtofferschap.
Het gaat over openhartigheid.
Over identiteit.
Over wie je bent als je geen vader wordt.
Dit is een automatisch gegenereerde transcript:
Jan Willem:
Welkom beste luisteraars bij de RouwDouwer Podcast. Mijn naam is Jan Willem en vandaag is mijn gast Martin.
Martin heeft een onvervulde kinderwens, daar gaan we het zo over hebben. Hij heeft ook iets bijzonders gedaan: hij schreef een gedichtbundel over dit thema. Ik ben heel nieuwsgierig naar zijn verhaal. Martin, van harte welkom. Zou je jezelf willen voorstellen?
Martin:
Allereerst bedankt dat ik mee mag doen en mijn verhaal mag vertellen.
Ik ben Martin van den Broek, 53 jaar oud. Ik woon in Tilburg, alleen met mijn hond. Ik werk in het voortgezet speciaal onderwijs.
En ja… ik heb een onvervulde kinderwens.
Jan Willem:
Neem ons eens mee. Je bent nu 53. Als we even terugspoelen naar toen je jonger was — hoe begon het?
Martin:
Ja… heftig.
Mijn verhaal is eigenlijk al wat ouder. Ik ben nu ongeveer 13 jaar gescheiden.
Je gaat trouwen. De volgende dag hangen er roze en blauwe ballonnen voor je huis. Met krijt staat er op de grond geschreven: “Op naar kinderen.”
Die wilden wij ook heel graag.
En dan probeer je. En dan probeer je. En het lukt niet.
Dan kom je in de medische mallemolen terecht.
Ik ben viereneenhalf jaar getrouwd geweest. Ik heb zeven pogingen gehad. Drie in Nederland. Vier in Duitsland. De laatste twee met een donor.
Op 10 november 2013 zei mijn toenmalige vrouw om twee minuten voor half zeven ’s avonds aan de telefoon:
“Ik kan en wil niet verder met een man die nooit over dit verdriet heen kan komen en die geen vader wordt.”
Op dat moment verloor ik alles.
Mijn huwelijk.
Mijn huis.
Mijn werk.
Mijn hond.
Mijn vrienden.
Dus die onvervulde kinderwens kreeg voor mij ook de symboliek van thuisverlies.
En daar heb ik verschrikkelijk veel moeite mee gehad.
Dit neem je straks mee je graf in.
Jan Willem:
Als we teruggaan naar die pogingen — hebben we het over IVF?
Martin:
Ja, IVF.
In Nederland krijg je drie pogingen vergoed door de verzekering. Daarna wordt het niet te betalen. Gelukkig kregen we een erfenis van de oma van mijn toenmalige vrouw, waardoor we naar Duitsland konden.
Daar hebben we vier pogingen gedaan.
De allerergste ervaring was dat ik een TESE-behandeling heb gehad — testiculaire sperma extractie. Dat is een operatie waarbij zaadcellen direct uit de testikel worden gehaald.
Achteraf bleek die ingreep onnodig te zijn.
Bij mij is eigenlijk alles wat mis kon gaan, mis gegaan.
Je voelt je in die medische wereld een nummer.
Ik heb er een boek over geschreven, Kindermust, waarin ik beschrijf wat dat met mensen doet. Dokters zijn daar totaal niet mee bezig. Het probleem lag bij mij: slecht zaad, langzaam, misvormd.
En als je buiten loopt zie je overal mensen met kinderen. Maar niemand loopt met een bord om zijn nek: “Hallo, ik ben onvruchtbaar.”
Daar moet je toch je plek in zien te vinden.
Jan Willem:
Hoe is het voor jou om hier zo uit te spreken dat je als man onvruchtbaar bent?
Martin:
Ik schaam me daar niet voor.
Ik heb hulp gehad. Ik heb nu voor de tweede keer een psycholoog, om de scherpe randjes eraf te krijgen.
Ik merk wel dat als ik een lezing geef over dit onderwerp, er geen mannen op afkomen.
Mijn missie is om dit bespreekbaar te maken.
Jan Willem:
Zijn er embryo’s geweest? Terugplaatsingen?
Martin:
Eén keer was er een echo van zes celletjes. Dat is het enige fotootje dat we ooit hebben gehad.
Voor mijn vrouw was het fysiek heel pijnlijk.
En als man sta je er machteloos naast.
Als je dan ook nog weet dat het aan jezelf ligt…
Dan komen de beruchte wachtweken.
De eerste week leef je gewoon.
De tweede week begint het te borrelen. Hoop. Spanning.
Van de zeven keren is mijn toenmalige vrouw één keer niet direct ongesteld geworden. Dan zie je een zwangerschapstest met een streepje… en toch geen echte bevestiging.
Dat sloopt je.
Jan Willem:
Je sprak net over machteloosheid. Je ziet je vrouw die pijn heeft en jij staat ernaast. Wat deed dat met jou?
Martin:
Ik verzopen mijn verdriet.
Ik zal een voorbeeld geven. Ik heb geprobeerd om mannen te zoeken die hetzelfde verdriet hadden als ik. Om daar met lotgenoten over te praten. Ik kwam bij een stichting terecht, daar is niks mis mee, maar er was een mannenworkshop. We zaten met z’n tienen in een kringetje.
De eerste drie mannen zeiden dat ze door hun vrouw waren gestuurd.
Toen klapte ik al dicht.
Je voelt je roepende in de woestijn.
Je familie begrijpt het niet. Je wordt ingehaald door iedereen. Het zinnetje: “We moeten je iets vertellen…” Dat heb ik vaak gehoord.
Dan speel je een lach.
Thuis zit je te janken.
Het is niet zo dat ik het anderen niet gun.
Maar ik gun het mezelf meer.
Jan Willem:
Zo’n traject kan je naar elkaar toe brengen of uit elkaar drijven.
Martin:
Ja. En bij ons gebeurde dat laatste.
Ik adviseer iedereen: communiceer met elkaar. Huil samen. Heb begrip. Dat heb ik toen niet voldoende kunnen opbrengen. En dat heeft uiteindelijk geleid tot hoe ik er nu bij zit.
Dit moet je echt niet onderschatten, wat dit betekent voor een man én een vrouw.
Jan Willem:
Met de wijsheid van nu, zou je dingen anders doen?
Martin:
Ja. Je staat er anders in als je ouder wordt. Rouw is de achterkant van liefde. Dat is een mooie zin.
Bij iemand die overlijdt, slijt de rouw na verloop van tijd en gaat het over in gemis. Bij mij was dat anders. Ik kon het niet verkroppen.
Ik ben niet te beroerd om te zeggen: zoek hulp.
Een psycholoog heeft geen toverstok. Maar een goede hulpverlener zegt op het juiste moment het juiste — of juist niets.
Ik heb EMDR gehad. Dat voelde bijna als magie. Alsof negatieve energie door de grond wegstroomde. Ik ben geen zweverig type, maar het heeft me enorm geholpen.
Jan Willem:
Hebben jullie adoptie overwogen?
Martin:
Ja, kort. Maar er komt veel bij kijken. Adoptie is fraudegevoelig geweest in de jaren zeventig, dus de procedures zijn zwaar. We hebben het bekeken, maar al snel afgesloten.
Ik werk in het onderwijs en zie ook geadopteerde kinderen. Hechting is een belangrijk thema. Dat moet je niet onderschatten.
Bij donorzaad dacht ik: je kunt ook houden van iemand die niet je eigen vlees en bloed is. Dat doe je in een relatie ook. Dus waarom niet bij een kind?
Maar er blijven vragen. Vanaf hun achttiende mogen donorkinderen hun biologische vader zoeken. Dat begrijp ik volledig.
In Duitsland voelde het soms alsof je een kind kon “samenstellen”. Je kreeg lijsten. Donor met donkere haren? Opleiding? Dat vond ik ethisch ingewikkeld.
Jan Willem:
Wat gebeurt er als mensen vragen: “Heb je kinderen?”
Martin:
Dan kan ik wel door de grond zakken.
Ik vergelijk het leven met het spel Levensweg. Iedereen pakt zo’n blauw of roze poppetje en rijdt verder. Ik zeg dan: “Nee, ik heb een hond.”
En dan voel je de twijfel bij mensen.
Moet ik doorvragen of niet?
Als mensen wél doorvragen, waardeer ik dat enorm.
Ik loop niet te koop met mijn verhaal. Ik heb ook een fase gehad waarin ik in een slachtofferrol zat. Maar inmiddels kan ik er open over spreken.
Ik werk in het voortgezet speciaal onderwijs. Die kinderen krijgen al hun hele leven te horen wat ze niet goed doen. Ik draai het om: wat doe je wél goed?
Ik laat mijn kwetsbaarheid zien in de klas. Ik vind dat dat mag als leerkracht.
Mijn boek heet Kindermust, omdat het voor mij geen wens was maar een must. Ik heb het als roman geschreven met fictieve personages, zodat het geen wraakboek werd.
Daarnaast heb ik een gedichtenbundel geschreven. Schrijven is voor mij therapie. Als je schrijft, raak je in een soort zelfhypnose. Dat heeft me enorm geholpen.
De belangrijkste persoon die daar kracht uit moet halen, ben ik zelf.
Ik ben nu op een punt dat ik niet meer alleen verdrink in verdriet. Ik heb het geaccepteerd, in stapjes.
Ik stel mezelf niet meer de vraag “Waarom ik?” of “Wat is mijn levensdoel?” Daar krijg je toch geen antwoord op.
Ik heb een hond uit Roemenië gered. Iedere ochtend om half zes loop ik door Tilburg. Dan ga ik dichten.
Ik zeg altijd: iedere leerling zorgt voor een gouden moment op een dag. Een klein moment van licht.
Je geniet meer van kleine dingen.
Martin:
Een paar weken geleden heb ik iets gedaan wat ik vroeger nooit zou hebben gedaan. Ik heb met AI een foto van mezelf gemaakt… maar dan als kind.
Dat was heel apart.
Dan zie je ineens: zo had het eruit kunnen zien.
In mijn lessen gebruik ik veel humor. Maar soms komt die gedachte terug. Hoe zou het geweest zijn? Hoe had mijn kind eruitgezien?
Je kent dat gevoel ook niet, van hoe het is om kinderen te hebben. Ik ben niet van mening dat het alleen maar rooskleurig is. Ik zie ook genoeg ouders die het zwaar hebben.
Maar je mist iets wat je nooit hebt gehad.
En dat blijft vreemd.
Jan Willem:
Je noemde ook complexe PTSS.
Martin:
Ja. Het is niet alleen die kinderwens. Het zijn ook andere dingen in mijn leven. Maar dit traject heeft daar zeker aan bijgedragen.
Ik heb chronische rugpijn, die vanuit mijn hersenen komt. Dat is psychosomatisch. Rouw kan zich vastzetten in je lichaam.
Ik begrijp mijn leerlingen daardoor beter.
Het is een opeenstapeling van verliezen geweest. En dat heeft zich uiteindelijk vertaald in complexe PTSS.
Maar ik begin ook te zien wat het me gebracht heeft.
Je geniet meer van kleine dingen.
Ik kan freewheelen waar ik wil.
Ik spreek mensen die nauwelijks slapen door hun baby. Dat is topsport.
Maar ik denk ook: als ik straks mijn laatste adem uitblaas… wie staat er dan aan mijn bed?
Elke medaille heeft een keerzijde.
Jan Willem:
Waarom zijn we hier op aarde?
Martin:
Als er een hogere macht is… misschien is dit mijn doel. Ik heb geen antwoord op die vraag.
Ik stel mezelf die vraag ook niet meer. “Waarom ik?” of “Wat is mijn levensdoel?” Daar krijg je toch geen antwoord op.
Het beste is doorleven.
Werk. Doe leuke dingen.
En accepteer dat je op 5 december soms met tranen in je ogen zit.
Jan Willem:
Wat zou je andere mannen willen meegeven die een vergelijkbare ervaring hebben?
Martin:
Schaam je niet.
Communiceer met wie jij wilt communiceren.
Je mag er zijn.
In de maatschappij zijn wij een taboe. Maar wij mogen er net zo goed zijn.
Het hebben van kinderen is niet de enige manier om een betekenisvol leven te hebben. Dat was vroeger misschien vanzelfsprekend, maar in deze tijd kun je ook zonder kinderen een fijn en waardevol leven leiden.
En accepteer dat het verdriet nooit helemaal weggaat.
Het verandert van vorm.
Jan Willem:
Dank je wel, Martin. Dit gesprek mag er zijn.
Martin:
Ik vind het goed dat je dit doet. Er zijn zoveel mannen en vrouwen met uiteenlopende verhalen. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. En toch raken ze elkaar.
Jan Willem:
Rouw is wat dat betreft universeel.
Martin:
Rouw is de achterkant van liefde. Dat vergeet ik nooit meer.